Wrts
Wrts is het online overhoorprogramma van De Digitale School: kijk op www.wrts.nl

spelling in beeld groep 5 en 6

 

Lijsten

  Talen Titel  
1. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 1.1 K7 -en, -er, -el, -e (sleutel) 15 Overnemen
2. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 1.2 W1 woorden met ei 12 Overnemen
3. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 1.3 R5 -a, -e, -o, -u 15 Overnemen
4. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 1.4 W2 woorden met ij 14 Overnemen
5. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 1.5 R8 twee klankgroepen 15 Overnemen
6. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 2.1 R9 dubbele medeklinker 14 Overnemen
7. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 2.2 W3 woorden met ou 12 Overnemen
8. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 2.3 R9 woorden met dubbele medeklinker 14 Overnemen
9. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 2.4 W4 woorden met au 12 Overnemen
10. Nederlands—Nederlands spelling groep:5 2.5 K16 woorden met ng en nk 15 Overnemen
11. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 3.1 K17 woorden met eeuw, ieuw en uw 15 Overnemen
12. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 3.2 W5 woorden met f- 12 Overnemen
13. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 3.4 W6 Woorden met v- 12 Overnemen
14. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 3.5 R11 woorden met twee klankgroepen 14 Overnemen
15. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 4.1 R12 klankgroepen met een stomme e 15 Overnemen
16. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 4.2 W7 woorden met s- 12 Overnemen
17. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 4.3 R2 samenstellingen 15 Overnemen
18. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 4.4 W8 woorden op z- 12 Overnemen
19. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 4.5 R13 woorden op -ven en -zen 15 Overnemen
20. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 5.1 R1 verkleinwoorden 15 Overnemen
21. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 5.2 W10 woorden met ie = i 12 Overnemen
22. Nederlands—Nederlands Spelling groep: 5 5.4 W10 woorden met ie = 1 12 Overnemen
23. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 5.5 R11 woorden met meer klankgroepen 14 Overnemen
24. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 6.1 K18 woordne op -ig(e) 15 Overnemen
25. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 6.2 W11 woorden met s=c 12 Overnemen
26. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 6.3 K19 woorden op -lijk(e) 15 Overnemen
27. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 6.4 W12 woorden k=c 12 Overnemen
28. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 6.5 R11 woorden met meer klankgroepen 14 Overnemen
29. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 7.1 R15 woorden op -eren,-euren en -oren 15 Overnemen
30. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 7.2 W1 woorden met ei 12 Overnemen
31. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 7.3 K20 woorden op eeuwen, ieuwen en uwen 15 Overnemen
32. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 7.4 W2 woorden met ij 14 Overnemen
33. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 7.5 R11 woorden met meer klankgroepen 14 Overnemen
34. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 8.1 K21 woorden met kleefletters 15 Overnemen
35. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 8.2 W5 woorden met f- 12 Overnemen
36. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 8.3 R16 woorden met ie 15 Overnemen
37. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 8.4 W7 woorden met s- 12 Overnemen
38. Nederlands—Nederlands spelling groep: 5 8.5 R11 woorden met meer klankgroepen 14 Overnemen
39. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 1.1 R8 woorden met twee klankgroepen 15 Overnemen
40. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 1.2 W1a woorden met ei 12 Overnemen
41. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 1.3 K21 woorden met kleefletters 14 Overnemen
42. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 1.4 W2a woorden met ij 12 Overnemen
43. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 1.5 R12 klankgroepen met een stomme e 15 Overnemen
44. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 2.1 WW1 werkwoorden herkennen 15 Overnemen
45. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 2.2 W3 woorden met ou 12 Overnemen
46. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 2.3 WW2 werkwoorden hebben drie persoonsvormen 15 Overnemen
47. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 2.4 W4 woorden met au 12 Overnemen
48. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 2.5 K22 vaste klankstukjes: -ig(e) en -lijk(e) 15 Overnemen
49. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 3.1 R17 bijvoegelijke naamwoorden 15 Overnemen
50. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 3.2 W5 woorden met f 12 Overnemen
51. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 3.3 K23 vaste stukje -ing, -sel en -te 15 Overnemen
52. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 3.4 W7 woorden met s 11 Overnemen
53. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 3.5 R11 woorden met meer klankgroepen 15 Overnemen
54. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 4.1 WW3 werkewoorden met v en z 20 Overnemen
55. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 4.2 W10 woorden met ie=i 12 Overnemen
56. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 4.3 WW4 werkwoorden met d 15 Overnemen
57. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 4.4 W10 woorden met ie=i 12 Overnemen
58. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 4.5 R2 samenstellingen 13 Overnemen
59. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 5.1 R18 meervouden van woorden op -a, -i, -o en -u 15 Overnemen
60. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 5.2 W11 woorden met s=c 12 Overnemen
61. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 5.3 K14 woorden op -cht en -gt 15 Overnemen
62. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 5.4 W12 woorden met k=c 13 Overnemen
63. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 5.5 R19 lange woorden 14 Overnemen
64. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 6.1 WW5 persooonvormen invullen 15 Overnemen
65. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 6.2 W13 woorden met th 12 Overnemen
66. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 6.3 WW6 woorden met een ik-vorm op -a, -ij, -ou 15 Overnemen
67. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 6.4 W9 woorden met ch 12 Overnemen
68. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 6.5 K24 vaste stukjes: -heid, -baar, -zaam 15 Overnemen
69. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 7.1 K25 woordne op: -atie, -itie, en -tie 15 Overnemen
70. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 7.2 W14 woorden met -b 13 Overnemen
71. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 7.3 K26 woorden met ea, ia, io en ioe 15 Overnemen
72. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 7.4 W15 woorden op -y 12 Overnemen
73. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 7.5 R19 lange woorden 14 Overnemen
74. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 8.1 WW7 werkwoorden overzicht 18 Overnemen
75. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 8.2 W16 woorden met een x 12 Overnemen
76. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 8.3 WW8 werkwoorden: zijn, hebben, kunnen, willen, mogen en zullen 18 Overnemen
77. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 8.4 W17 woorden die hetzelfde klinken 12 Overnemen
78. Nederlands—Nederlands spelling groep: 6 8.5 R20 woorden met 's - 13 Overnemen

    RSS. Wrts is een project van De Digitale School. Colofon